The land is the limit: naar een ander landbouw- en visserijmodel

Er is iets mis met onze voeding. De media brengen wekelijks verontrustende boodschappen over nieuwe kankerverwekkers, hormoonverstoorders, antibiotica-resistentie, dikmakers en verslavers. Diabetes, kanker en obesitas krijgen stilaan de omvang van pandemieën. Steeds vaker wordt de overconsumptie van slecht voedsel met de vinger gewezen.

De explosie van de vleesconsumptie de laatste decennia zorgt voor een enorme vrijgave van CO2: in Zuid-Amerika wordt het regenwoud gerooid om GMO-soja te planten, die wij hier importeren om, in combinatie met mais, onze dieren te voederen. Dit is het geval voor de meeste varkens, slachtkippen en het mestvee: het beeld van de koe in de wei is een lot dat gereserveerd is voor de melkkoeien, enkele zoogkoeien en op die bedrijven waar boeren met respect voor dieren gezond vlees produceren.

 Tel daar bij de schandalen rond de gekke koeien, dioxine enz... , de almaar toenemende competitiviteitsdruk en de neerwaartse rendabiliteit, maakt dat het huidige productiemodel steeds verder onder druk komt te staan. Het lot van de visserij loopt parallel: de overbevissing, de vernieling van de zeebodem of de vervuilde vis uit aquacultuur (intussen 50 % van de visconsumptie) zijn ook niet bepaald om vrolijk van te worden. Traditionele telers en vissers – en de consument – zijn hiervan de slachtoffers.

Ons industrieel landbouw- en visserijmodel is ook uiterst afhankelijk van olie: voor het transport, voor onkruid-, insecten-, en ziektebestrijding, voor de verwarming van serres en stallen en voor kunstmest.

Van de landbouwproductie wordt 40% verspild: bijna de helft van de bebouwde oppervlakte wordt gebruikt om gewassen te produceren die niet in onze maag maar in de vuilnisbak belanden. Terwijl er in de wereld nog steeds mensen sterven van de honger.

De aarde geraakt uitgeput. De herstelcapaciteit van de planeet wordt ver voorbij haar limieten gedrukt en wordt bedreigd door het intensief gebruik van pesticiden, producten die gemaakt zijn om te doden – en lang niet enkel datgene waarvoor ze ontworpen werden: ons eten is besmet door cocktails van pesticiden, fungiciden en herbiciden, waarvan niemand precies weet wat de gecombineerde effecten zijn. Het is meestal pas na jaren gebruik dat de gevolgen zichtbaar worden. In Nederland werd Round Up onlangs verboden, wegens kankerverwekkend. België wil eerst 100% zekerheid.

Landbouw en visserij worden uit handen genomen van de zelfstandige boeren en vissers: bij ons door de competitiviteitsdruk en de honger van toeleverende en afnemende industrie; in het zuiden door land grabbing en grote rederijen die de wereldzeeën leegvissen.

Onze voeding wordt wereldwijd gestandaardiseerd: het is een monetaire, technologische en hygiënische aangelegenheid geworden. Tijdens de opmars van deze “veilige” voedselproductie brak nochtans het ene na het andere schandaal uit in deze race naar altijd maar meer, sneller en goedkoper. Deze standaardisering heeft als gevolg dat biodiversiteit, onze landschappen, culturen en levenswijzen verdwijnen – om nog maar te zwijgen van de smaak van ons eten. Om het gebrek aan smaak te compenseren en de producten langer te kunnen bewaren op een chemische wijze, produceren laboratoria smaak-, kleur- en bewaarstoffen. Het is pas tijdens de laatste jaren dat men beseft dat mensen wandelende bacteriekolonies zijn die wel degelijk onderhevig zijn aan de nefaste gevolgen van onnatuurlijke toevoegingsstoffen. Onderzoekers beginnen te begrijpen dat depressies misschien niet altijd gelieerd zijn aan een toestand in de hersenen maar wel aan de toestand van je darmflora. Lekker gezond eten, je wordt er slim en vrolijk van – en omgekeerd.

De gangbare visie is dat dit model het enige is dat de vraag naar voedsel van een groeiende wereldbevolking kan opvangen. Speciaal Rapporteur van de VN over het recht op voedsel, professor Olivier De Schutter breekt echter een lans voor de agro-ecologie waarin miljoenen boeren en boerinnen in overeenstemming met de natuur en met meer natuurlijke productie en een meer locale consumptie de honger uit de wereld kunnen bannen.

Dat is ook de visie van Slow Food Metropolitan Brussels

Landbouwers en vissers hebben een eerbaar beroep en moeten de kans krijgen en nemen om de burgers gezonde en smaakvolle voeding te kunnen aanbieden. Landbouwers moeten loon naar werken krijgen en plezier beleven aan de productie van producten van hoge kwaliteit.

Slow Food Metropolitan Brussels wil hieraan bijdragen en kiest voor de ondersteuning van een productiemodel dat:

  • De landbouwer, visser en zijn medewerkers eerlijk vergoedt in ruil voor de productie van kwaliteit: Fair Trade start bij ons

  • Biodiversiteit en landschappen beschermt

  • De vruchtbaarheid van het land verbetert in plaats van vernielt

  • Het leven van dieren respecteert, op en rond de bedrijven

  • Het toedienen van antibiotica alleen curatief toelaat en het toedienen van groeibevorderaars verbiedt

  • Genetisch gemodificeerde voedselgewassen vermijdt

  • Lokale productie en consumptie vooropstelt

  • De CO2-uitstoot vermindert en de afhankelijkheid van fossiele energie vermindert

  • Investeert in de kwaliteit en smaak van het product in plaats van kwantiteit en standaardisering en toevoegingen van ingrediënten

  • Fier is op de inhoud van de landbouw en visserij producten en dat toont via transparantie over herkomst, teeltwijze en samenstelling

Daarom ondersteunen wij iedereen die mee wil bouwen aan een nieuwe markt, aan het herwaarderen van gezonde en traditionele productiewijzen, aan biologische productie en de korte keten, aan een landbouw op mensenmaat, aan loon naar werken voor elkeen die bijdraagt aan de voedselproductie. Technologie moet niet louter gericht zijn op het verhogen van rentabiliteit op korte termijn maar op leefbaarheid op lange termijn: in de bescherming en het herstel van de vermoeide en stervende aarde en zijn boeren en vissers.

De bevolking, die haar banden met het land verloren is, willen we helpen om de weg terug te vinden naar echte producten van bij ons en samen bouwen we aan een voedselgemeenschap in en rond Brussel.